Als de melk op is, bestelt mijn hamster nieuwe

De Amsterdam Economic Board streeft ernaar om in 2025 internationaal gezien voorloper te zijn, enerzijds wat betreft de aanwezige digitale infrastructuur (fysieke datacapaciteit en draadloze verbondenheid) en anderzijds wat betreft het vermogen om hierop innovatieve data-gedreven toepassingen te bouwen (data-economie).

Om dit doel te bereiken zijn een aantal speerpunten gedefinieerd, die onder de noemer Digitale Connectiviteit vallen. Omdat digitale connectiviteit de komende jaren een nog grotere rol gaat spelen in ons sociaaleconomisch leven is het belangrijk voor de bevolking, overheid en bedrijven om hierop een visie te ontwikkelen. In deze blogs deel ik mijn persoonlijke ideeën hierover en zal ik dingen aanstippen die mij verbazen of opvallen. Ik nodig iedereen van harte uit om met mij over dit thema in gesprek te gaan.

In deze eerste blog licht ik toe waar ik geloof dat digitale connectiviteit voor staat en welke bouwblokken hieronder vallen.

Wat is digitale connectiviteit?

Connectiviteit wordt in het Engels woordenboek als volgt beschreven:

the quality, state, or capability of being connective or connected; especially:  the ability to connect to or communicate with another computer or computer system”

Vrij vertaald is connectiviteit dus het vermogen om aangesloten te zijn, het vermogen om te communiceren met een andere computer of computer systeem. Als ik hier digitaal aan toevoeg is het dus het vermogen om digitaal te communiceren en aangesloten te zijn.

Drie  bouwblokken van digitale connectiviteit

Mijns inziens zijn er 3 bouwblokken voor digitale connectiviteit: een computer, een netwerk en een gebruiker.

1. Computer

Er zijn meer dan genoeg computers in onze omgeving, de meeste inmiddels in de vorm van  smartphones. Van deze connectiviteit tussen computers staat tegenwoordig  het leeuwendeel op conto van de smartphone. Slechts 10 jaar na de lancering van de eerste volledige touch screen smartphone nadert adoptie (het relatieve aantal personen dat gebruik maakt van een technologie) een hoogtepunt, hetgeen wordt geïllustreerd door cijfers uit het Verenigd Koninkrijk: 81% van de volwassenen en 91% van de 18 tot 44 jarigen heeft een smartphone. Deze wijde verspreiding van smartphones zorgt er ook voor dat applicaties en informatie zich steeds sneller verspreiden. Een vaker gebruikt voorbeeld van de extreem snelle verspreiding die door de smartphone mogelijk wordt gemaakt, is dat het 38 jaar duurde voordat de radio een publiek van 50 miljoen mensen bereikte, terwijl Pokemon Go dit publiek binnen 19 dagen had.

2. Netwerken

De netwerken om ons heen worden ook steeds beter en sneller. Waar we jaren geleden nog grote moeite hadden om een kleine foto te openen via 3G, kunnen we nu in bijna heel Nederland beschikken over snel 4G. Hierdoor zijn we beter aangesloten. Daarnaast heeft de prijs voor mobiele data in Nederland een vlucht naar beneden genomen. Onlangs lanceerde een grote provider zelfs een onbeperkte databundel. Dit werd hoog tijd, want in de jaren hiervoor waren Nederlandse mobiele data één van de duurste van Europa. Zo verdienden in 2015 Nederlandse providers 15 keer meer omzet per Mbyte dan de Finse.

Ook de opkomst van het Internet of Things is een belangrijk element voor het bouwblok netwerken. Meer en meer devices (ijskasten, stofzuigers, babyfoons, etc) zullen worden voorzien van een kleine computer en een simkaart of chip om in een netwerk mee te draaien. Deze toename van connectiviteit heeft impact op de netwerk infrastructuur die we in Nederland kennen. Zoals het Smart City Strategie document, dat is opgesteld door een grote groep vertegenwoordigers van steden, bedrijven en de wetenschap,  aanstipt:

“De realiteit is dat het aantal objecten in de openbare ruimte dat aangesloten moet worden op snel internet toeneemt (smart lighting, city beacons, verkeersregelinstallaties). Hieronder valt ook de hardware in de openbare ruimte, die het verzenden en ontvangen van data mogelijk maakt. Denk bijvoorbeeld aan een router en server voor (tijdelijke) opslag in het netwerk voor datatransport bijvoorbeeld dienend als (tijdelijke) back up voor devices in het netwerk.”

Momenteel is de netwerk infrastructuur in steden in handen van verschillende telecomproviders. Deze providers hebben belang bij het maximaliseren van de opbrengsten uit hun eigen infrastructuur, waardoor onderlinge samenwerking niet altijd vanzelfsprekend is. Een mooi voorbeeld van een alternatief netwerk dat in ontwikkeling is, is The Things Network. Dit is een wereldwijde community die samen een wereldwijd Internet of Things data netwerk aan het bouwen is. Door middel van een radio frequentie ‘LoRaWAN’ en Bluetooth voor kortere afstanden, streeft deze community ernaar om een netwerk zonder WiFi codes en mobiele abonnementen te realiseren.

3. Gebruiker

Als laatste onderdeel van digitale connectiviteit had ik de gebruiker genoemd. Een belangrijk aspect naar mijn idee is dat digitale connectiviteit ten goede komt aan de hele bevolking. Zo moeten er geen (al te grote) verschillen in kennis met betrekking tot de digitale economie zijn, waardoor bijvoorbeeld ouderen en lager opgeleiden zouden worden uitgesloten. In dat licht is een onderzoek van Telecompaper uit 2015 interessant. Onderzoekers keken naar het smartphonegebruik per leeftijdscategorie. Zij constateerden dat in Nederland 97 procent van de jongeren tussen 12 en 19 jaar een smartphone heeft. Van de ouderen tussen de 70 en 79 heeft slechts 53 procent een smartphone. Ook opleiding speelt een rol: met 86% hebben hoogopgeleiden vaker een smartphone dan lager opgeleiden (78%). Middelbaar opgeleiden hebben met 87 procent het vaakst een smartphone.

Gebruiker 2.0

Maar moet die gebruiker noodzakelijkerwijs een mens zijn? Wat betekent deze verhoogde connectiviteit voor onze omgeving, en de voorwerpen en dieren die daarin voorkomen? Neem nou PetChatz HD. Dit is, zoals ze het zelf zo mooi noemen, een premium, interactieve beloningscamera die jou en je wollige vriendjes connectiviteit biedt als jullie uit elkaar zijn. Kijk vooral even naar de product-video. Mij maakt het elke keer weer vrolijk. Naast het laten vallen van een hondenkoekje, biedt PetChatz (natuurlijk tegen een meerprijs) de mogelijkheid dat je huisdier jou kan bellen door met zijn poot op een sensor te gaan staan. Is het dan zo dat alle mensen, dieren en dingen die een opdracht kunnen geven via digitale middelen een gebruiker kunnen zijn? Op dezelfde wijze kan het in de toekomst zo zijn dat mijn hypothetische hamster melk kan bestellen door een sensor in zijn kooitje aan te raken. Als jouw ijskast zo geprogrammeerd is dat er een SMS uitgaat als er geen ijsblokjes meer zijn, is deze dan ook niet een gebruiker binnen de wereld van digitale connectiviteit? Of is het een computer of een netwerk?

Wat betekent dit voor vertrouwen en privacy?

Maar nog even terug naar de hamster. Wat gebeurt er als die melk bestelt, terwijl die nog niet op is? Vertrouw ik erop dat het ligt aan de bestelling en niet aan de commerciële insteek van de supermarkt die mij melk komt leveren? Bij vergaande automatisering is het goed om je ook af te vragen bij wie de verantwoordelijkheid ligt als het fout gaat. Naast de verantwoordelijkheidsvraag is er de impact op onze privacy. Kan de consument erop vertrouwen dat met zijn/haar digitale data goed omgegaan wordt? Een feit dat mij altijd weer verbaast komt uit een onderzoek door KPMG uit 2016. Hierbij werd bijna 7000 mensen uit 24 landen een aantal vragen gesteld over het gebruik van hun persoonlijke data. Meer dan 75 procent van de respondenten vond het geen comfortabel idee dat applicaties hun persoonlijke data gebruikte. 50% van de groep zou echter wel gratis of goedkopere producten aannemen in ruil voor minder privacy. In mijn volgende blog ga ik uitgebreid in op het vertrouwen in digitale data en bespreek ik de impact op privacy en vooral waaróm onze digitale data zoveel waard is.

Samenvattend is het dus zo dat de afgelopen jaren er een toename geweest is in de beschikbaarheid, kwaliteit en snelheid van computers en netwerken. Daarnaast zien we dat meer en meer gebruikers de kennis hebben om deze elementen te gebruiken en op deze manier ook hun digitale connectiviteit verhogen. Naarmate deze digitalisering doorzet, komen er meer mogelijkheden maar ook meer uitdagingen voor verschillende stakeholders zoals de gebruiker, de overheid en bedrijven.

Ik ben erg benieuwd naar jullie gedachten over het thema digitale connectiviteit. Laat weten wat jij ziet als de bouwblokken, en wat de rollen en verantwoordelijkheden zijn van gebruikers, overheden en organisaties binnen dit thema. Is het een overheidstaak om digitale connectiviteit voor iedereen te faciliteren?

Plaats een reactie!

2 reacties

  • ivar@volderenco.nl schreef:

    Digitale connectiviteit is onvermijdelijk en zelfs noodzakelijk als we – bijvoorbeeld – mobiliteit zodanig willen sturen dat er niet meer zo’n grote aanslag op het milieu gedaan wordt. Denk aan overbodige ritjes van pakjes- en maaltijdbezorgers doordat de geadresseerde niet thuis is. Kom op maar en sluit ons aan!

    • tbeelaerts@gmail.com schreef:

      Ben ik helemaal met je eens Ivar. Wat kan de maatschappelijke en milieu opbrengst zijn als – ik ga even verder dan alleen de ritjes van de bezorgers – alle voertuigen zelfsturend en -rijdend zijn? Denk aan files, uitstoot, etc..

Geef een reactie

jouw nieuwstip

Heb jij een nieuwstip voor de Board? E-mail dan onze redactie!