Amsterdamse basisscholen lopen warm voor duurzaamheid

Wie ondertekende het manifest Circulair Onderwijs? - deel 3

Tijdens het Circulair Talent Event op 7 februari ondertekende een kopgroep uit het onderwijs het Manifest ‘Circulair & Onderwijs – de rol van het onderwijs in toekomstbestendig innoveren’. Daarmee spraken ze de intentie uit om het circulaire gedachtegoed te verankeren in hun onderwijs en onderzoek. Eén van de frontrunners is de Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOADA), waar 22 openbare basisscholen in Amsterdam Zuid en Centrum onder vallen. Herbert de Bruijne is bestuursvoorzitter van de OOADA en ziet hoe leerlingen op ‘zijn’ scholen steeds fanatieker worden op het gebied van duurzaamheid.

“Als stichting waren wij al vier jaar intensief bezig met het opzetten van eigentijds onderwijs, dat leerlingen 21e-eeuwse vaardigheden bijbrengt. Dat zijn vaardigheden als creativiteit, kritisch denken en samenwerken, die kinderen voorbereiden op een snel en continu veranderende maatschappij. Belangrijke thema’s hierbij zijn individualisering, digitalisering en globalisering. Daaronder valt ook duurzaamheid: kinderen bewust maken van hun plek in de wereld en wat ons bestaan met die wereld doet.

Op de 22 scholen die onder de OOADA vallen, zitten veel internationale kinderen van hoogopgeleide (expat)ouders. Voorheen gingen deze kinderen vooral naar internationale scholen, nu gaan ze steeds vaker naar reguliere basisscholen, omdat hun ouders van plan zijn om langer in Nederland te blijven. We zijn daarom al een paar jaar, samen met de Board, aan het kijken hoe we ons onderwijs zo aantrekkelijk mogelijk maken voor zowel internationale als Nederlandse kinderen. Ook in dat licht zetten wij dus vol in op die 21-eeuwse vaardigheden.

Duurzaamheid verankert in het onderwijs

Toen de Board ons vertelde over het Manifest Circulair & Onderwijs, waren we dan ook meteen geïnteresseerd. Tot die tijd was er vooral gesproken met mbo- hbo- en wo-instellingen, maar het basisonderwijs mocht in onze ogen niet ontbreken: daar leg je immers – letterlijk – de basis. We waren dan ook blij dat de Board ons als OOADA vroeg om als frontrunner aan te sluiten bij het manifest.

Als bestuur verplichten we onze scholen niet om specifieke duurzaamheidsprojecten uit te voeren, dat heeft op die manier niet zoveel effect. We dragen intern wel uit dat duurzaamheid een belangrijk onderdeel is van het onderwijsaanbod binnen OOADA – bijvoorbeeld met berichten via ons interne communicatieplatform – maar we leggen geen targets op. Het mooie is: dat hoeft ook helemaal niet. Onder kinderen leeft duurzaamheid al enorm, kijk maar naar de klimaatmanifestatie in Den Haag. Scholen kunnen daar op voortborduren door kinderen zelf te laten ontdekken wat je allemaal kunt doen, op school en thuis.

Circulaire schoolprojecten

Op dit moment lopen er op onze scholen allerlei projecten op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Die zijn veelal ontstaan op initiatief van leerlingen of ouders zelf. Zo hebben we met de Merkelbachschool uit Amsterdam-Buitenveldert de bouw van Circl, het circulaire paviljoen van ABN Amro op de Zuidas, op de voet gevolgd. Op die school zitten namelijk veel internationale kinderen wiens ouders bij ABN Amro werken. De leerlingen bezochten regelmatig de bouwplaats en voerden daarnaast allerlei circulaire initiatieven uit, bijvoorbeeld het inzamelen van spijkerbroeken waar nieuwe banken voor Circl van zijn gemaakt. Kinderen op de Oscar Carré-school in De Pijp hebben plastic ingezameld, dat werd omgesmolten tot voeding voor een 3D-printer. Daarmee hebben ze vervolgens een prullenbak geprint.

Kindercampus Zuidas heeft de hele zomer getimmerd aan hutten van oud hout, andere scholen gingen afval opvissen uit de gracht of opruimen in de buurt. We zijn met werkleerbedrijf Pantar aan het praten over het inzamelen van brood, dat zij dan komen ophalen om het te vergisten tot bio-energie. Andere scholen hebben allerlei afvalscheidingsprojecten opgezet, bijvoorbeeld met oud papier of plastic. We kunnen logistiek gezien natuurlijk niet hét ophaalpunt van de buurt worden, maar het heeft ook vooral een educatief karakter: kinderen laten zien wat er allemaal kan.

Leerlingen bloedfanatiek in verduurzaming

Nog een voorbeeld: op een andere school bedachten leerlingen een broodzakjesproject: brood voortaan mee in trommels, niet meer in plastic zakjes. Leerlingen die dat toch deden, werden daar door andere leerlingen op aangesproken. En ze werden fanatiek: ook de leraren die met plastic koffiebekertjes liepen, kregen iets te horen. Dat is het leuke aan dit soort initiatieven: als kinderen eenmaal enthousiast zijn over het onderwerp, worden ze bloedfanatiek. Als school hoeven we dat enthousiasme dus vaak alleen maar een beetje aan te wakkeren, om grote stappen te kunnen zetten. Op ons interne communicatieplatform delen scholen hun vragen, ervaringen en ambities op het gebied van duurzaamheid. We merken dat dat enorm bijdraagt aan het enthousiasme voor en kennis over het onderwerp.

Ook de overheid moet investeren

Met onze scholen proberen we ook bij te dragen aan de leefbaarheid van een buurt, door een schoolplein zo groen mogelijk in te richten of moestuinen aan te leggen. Een langgekoesterde wens is het aanleggen van zonnepanelen op onze scholen: met al die daken kunnen we echt een verschil maken. Maar het probleem is dat we die investering niet uit onze onderwijsbegroting kunnen en mogen halen: dat geld is bedoeld voor ons onderwijs. En omdat het vaak om monumentale gebouwen gaat, mogen we op sommige scholen sowieso geen zonnepanelen aanbrengen, dubbel glas installeren of gevels isoleren. Op die manier wordt duurzaamheid ons wel erg moeilijk gemaakt door de landelijke en lokale overheid. Als de overheid het onderwerp serieus wil nemen, zal ze toch echt bereid moeten zijn om erin te investeren.”

 

Tekst: Ronne Theunis

Help ons verbeteren

Heb je 5 minuten voor een paar vragen over onze website?