Kennis en kunde in kaart

De Hal reikt certificaten uit aan jongeren in praktijkonderwijs

Het Regioplan Werk maken van Talent is gericht op het optimaal benutten van talent op de arbeidsmarkt in de regio Amsterdam. De afgelopen vier jaar zijn tien maatregelen uitgevoerd om talenten op te leiden of om te scholen voor banen in kansrijke sectoren. In de aanloop naar het Werkevent op 30 mei hebben we alle projectleiders gevraagd naar het verloop en de resultaten van het project en hun lessons learned. Aan het woord is Jan Benjamens van de gemeente Amsterdam, projectleider van certificeringstraject De Hal.

Certificeringstraject De Hal definieert leer-werktrajecten en sluit deze af met een door de branche erkend certificaat, zodat jongeren uit voornamelijk het praktijkonderwijs zich beter kunnen profileren bij werkgevers.

Wat was de opzet van jullie project?

“Onze opdracht was om 200 jongeren met een “grote afstand tot de arbeidsmarkt” dichterbij die arbeidsmarkt te brengen, door ze te helpen aan concrete beroepscertificaten. We richtten ons daarbij op jongeren uit het praktijkonderwijs, want hoewel die naam anders suggereert, is er onvoldoende verbinding tussen de lesstof en de dagelijkse praktijk van bedrijven. Bovendien krijgen jongeren in het praktijkonderwijs slechts incidenteel een diploma of certificaat dat door de branche erkend wordt, zodat eigenlijk nergens officieel wordt vermeld wat iemand kan. Mede daardoor is het voor deze jongeren heel moeilijk om een baan te vinden.”

Hoe hebben jullie het aangepakt?

 “We zijn eerst gaan onderzoeken welke certificaten al bestonden en in hoeverre daarin specifieke, concrete beroepstaken vermeld worden. De schoonmaakbranche is één van de weinige branches die een duidelijke certificeringsstructuur heeft voor laagopgeleiden. Het formele beroepsonderwijs kent een kwalificatie op niveau 1, het assistentenniveau. Dat geeft aan dat je in staat bent de functie van (bijvoorbeeld) schilder uit te voeren. Maar wat is assistentenniveau? Wat zegt dat nou exact over wat iemand kan? Die termen vinden de meeste bedrijven te vaag en te breed. Bovendien kun je niet differentiëren, iemand die heel goed is krijgt dezelfde verklaring als iemand die het nét heeft gehaald.

Daarom zijn we het anders, veel concreter, gaan formuleren. Voor de schilder: “kan goed houtwerk schuren, zodat de schilder daarna direct kan gronden’. En bij de automonteur: ‘kan zelfstandig een uitlaat monteren’ of ‘kan met ondersteuning zelf een grote beurt uitvoeren’. Dat is voor zowel leerling, stagebegeleider als werkgever veel duidelijker.

We hebben leerlingen in de automobielsector met zo’n nieuwe stageverklaring naar een andere garage gestuurd, met de vraag te controleren of het klopt wat erin staat. Vinden zij ook dat iemand zelfstandig een uitlaat kan monteren? In dat geval zijn er dus twee garages die de vaardigheden van een leerling erkennen. Op dat moment wordt het overgenomen door de Amsterdamse brancheorganisatie NexTechnician, die een officieel certificaat uitgeeft. Daarmee kan een werkgever dus precies zien waar iemand voor ingezet kan worden. En misschien nog belangrijker: de jongeren krijgen eindelijk erkenning voor de dingen die ze kunnen. Deze certificaten zijn essentieel voor hun motivatie en zelfvertrouwen.”

Wat heeft het opgeleverd?

“We hebben 280 jongeren in het traject gehad, waarvan er uiteindelijk 200 zijn gecertificeerd door 13 bedrijven.”

Hoe gaat het nu verder?

“We zijn bezig met het maken van afspraken met praktijkscholen en werkgevers, om altijd met concrete certificaten te werken. We moedigen de bedrijven ook aan om in een vroeg stadium kennis te maken met de leerlingen. De werkgevers hebben de jongeren hard nodig: in Amsterdam zijn meer vacatures voor mensen zonder startkwalificatie dan er jongeren van school afkomen. Om die jongeren te bereiken, zou je een leerlijn moeten opzetten die begint bij beroepenoriëntatie en bedrijvenbezoeken en eindigt bij de certificering. Dit voorjaar hebben we bijvoorbeeld een beroepencarrousel georganiseerd voor 300 jongeren. We zijn met het project eigenlijk begonnen bij het einde van de lijn, het branchecertificaat. We spannen ons nu dus in om de hele praktische leerroute aan te kunnen bieden.

Ik ben blij dat de toekomst van lageropgeleiden – in mijn ogen een prima term – nu ook bij de Board op de agenda staat. Goed dat wij daar met dit project hebben kunnen bijdragen.”

Lessons learned?

“Omdat er veel zowel publieke als private partijen betrokken waren, was het een uitdaging om samenhang in het project te creëren. Dat lukt steeds beter, dat is mooi. Ook een les is dat plannen en trajecten altijd anders lopen dan verwacht. Al doende leert men, zeker als het gaat om de snel veranderende arbeidsmarkt. Tot slot: ik vond de subsidieverantwoording buitenproportioneel: alle verplichte administratie heeft ons veel kostbare tijd en moeite gekost. Dat zou toch anders moeten kunnen.”

#slimgroengezond

Dit draagt bij aan een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Help ons verbeteren

Heb je 5 minuten voor een paar vragen over onze website?