‘Ik vind de menselijke maat heel belangrijk’

Het manifest ‘Tada – duidelijk over data’ biedt steden en regio’s handvatten om op een verantwoorde manier om te gaan met digitalisering. In een serie interviews gaat de Board vanuit verschillende invalshoeken in op het belang hiervan. Deze keer: Martijn de Waal, een schrijver en onderzoeker die zich richt op digitale media in de publieke ruimte.

Hoe kunnen digitale media worden gebruikt in de stad om burgers in hun kracht te zetten? Het is een vraag die onderzoeker Martijn de Waal al lange tijd bezighoudt. De Waal werkt als onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam en is onder meer co-auteur van De Platformsamenleving, strijd om publieke waarden in een online wereld. 

Waarom spreekt het onderwerp ‘de digitaal verantwoorde stad’ je aan?

“Dat komt enerzijds voort uit optimisme, anderzijds uit een zorg. Mijn zorg is dat digitale media grotendeels afkomstig zijn uit Silicon Valley en dat daar veel investeringsgeld achter zit dat terugverdiend moet worden. Het Amerikaanse libertaire gedachtegoed overheerst daarbij: burgers dienen zich op een marktplaats van diensten te voorzien en de overheid houdt zich gedeisd. Dat botst met onze sociaal-democratische traditie. Een gebrek aan controle op die platformen kan de samenleving dus ingrijpend veranderen, zoals bleek met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. 40 tot 60 procent van de Amerikanen heeft in die periode nepnieuws vanuit Rusland gezien.”

Wordt de urgentie voldoende gezien?

“Dat begint te komen. Amsterdam loopt hierin als stad al een aantal jaren voorop. Er wordt nagedacht over de smart city, en dat bij de ontwikkeling van technologie niet winstgevendheid, maar het belang van de burger centraal moet staan. Maar op de landelijke politieke agenda zou dit onderwerp nog wel wat meer benadrukt mogen worden, in het regeerakkoord ging het helemaal niet over dit onderwerp.”

Wat zou de rol van de overheid kunnen zijn?

“In De Platformsamenleving benoemen we drie rollen: die van regulator, die van gebruiker en die van ontwikkelaar. De rol van regulator gaat niet alleen over bedrijven verbieden of juist enthousiast binnenhalen, maar ook – of misschien wel vooral – over hoe je platformen kunt stimuleren publieke waarden na te streven. Ik vind Sao Paulo altijd een mooi voorbeeld. Daar is er een wetsvoorstel voor een puntensysteem voor Uber-achtige taxidiensten. Voor iedere kilometer die een taxidienst een passagier vervoert, moeten ze een punt kopen. De prijs van die punten varieert: ze zijn goedkoper als er ook publieke belangen mee gemoeid zijn,  bijvoorbeeld door mensen op te pikken in slecht bereikbare regio’s. Ook moet een deel van de punten worden afgenomen door vrouwelijke chauffeurs, zo hoopt de overheid emancipatie te bevorderen.

Als gebruiker van platformen moet de overheid goed onderzoeken welke platforms en welke software de publieke belangen het best behartigen: ga je in zee met het buurtplatform Next Door, dat zijn oorsprong vindt in Silicon Valley, of kies je voor Gebiedonline, een Nederlandse coöperatie? Juist als gebruiker heb je de macht om te zeggen: pas als deze voorwaarden zijn aangepast, ga ik met jullie in zee.

Als ontwikkelaar heeft de overheid ook een rol. Ze kan bijvoorbeeld een soort plug-in ontwikkelen voor alle taxi-achtige diensten die bijhoudt welke routes er worden genomen. Als je als taxidienst actief wil zijn in de stad, moet je die software gebruiken. Dat heeft als voordeel dat je zelf controle over de data kunt krijgen.

Het manifest is een mooie opmaat voor overheidsbeleid waarin er bewustzijn is over deze drie rollen. De waarden vormen een goede checklist om elk van die rollen te bespreken.”

Welke van de waarden uit het manifest spreekt je in het bijzonder aan?

“Ik vind de menselijke maat heel belangrijk. Dat data een objectieve weergave van de wereld zijn is een veelgehoord misverstand. Data vormen een goed beginpunt van een gesprek, maar we kunnen ze niet zonder enige controle leidend laten zijn voor essentiële stedelijke processen. Bijvoorbeeld omdat we heel veel dingen niet meten, maar ook omdat het definiëren van categorieën per definitie niet objectief is.”

In het begin van dit gesprek zei je dat optimisme over digitale technologieën ook een drijfveer van je is. Leg eens uit.

“Je ziet dat er overal ter wereld bottom-up alternatieven ontstaan voor de grote platformen uit Silicon Valley, waarbij technologie wordt gebruikt om de samenleving beter te maken. De versnippering daarvan maakt dat ze weinig zichtbaar zijn, waardoor het lastig om deze projecten dezelfde impact te geven als de platforms uit Silicon Valley. Het is een ongelijk speelveld. Als de overheid dit erkent in zijn rol als regulator, gebruiker en ontwikkelaar, is dat al een mooi begin om deze initiatieven verder te brengen.”

Hier vind je het manifest Tada – Duidelijk over data.

 

 

 

 

Interview: Mirjam Streefkerk

#slimgroengezond

Dit draagt bij aan gezamenlijke waarden voor privacy rondom internetgebruik en het realiseren van digitale burgerrechten.

Help ons verbeteren

Heb je 5 minuten voor een paar vragen over onze website?