Welke waarden gelden in een verantwoorde digitale stad?

Wat zijn belangrijke waarden in een stad die steeds meer wordt gestuurd door digitale technologie? Daarover gaan experts in gesprek bij de eerste bijeenkomst over Designing responsible digital cities. Het resultaat mag er zijn: zelfbeschikking, maatschappelijke legitimiteit, menselijk, transparantie, inclusiviteit en rekenschap afleggen moeten volgens de aanwezigen een belangrijke rol krijgen in de verdere ontwikkeling van de digitale stad.

Filosofen, ethici, werkgevers, overheden, serviceproviders, kennisinstellingen en technologiepartners: ze zijn vandaag allemaal vertegenwoordigd op de bovenste zonnige verdieping van Zoku in de Weesperstraat om te praten over hoe we ervoor kunnen zorgen dat de stad van de toekomst er een is van én voor alle burgers.

In een serie van drie bijeenkomsten wil de Board samen met andere stakeholders deze zomer komen tot een gemeenschappelijk manifest waarin de uitgangspunten voor een verantwoorde digitale stad zijn vormgegeven. En daarvoor moet in de eerste plaats de vraag worden beantwoord: welke waarden zijn relevant in de verdere ontwikkeling van de digitale stad van de toekomst?

 

Vertrouwen als strategie

Om de hersenen van de ongeveer 30 aanwezigen op te warmen is techniekfilosoof Esther Keymolen uitgenodigd. Zij vertelt over de relatie tussen vertrouwen en technologie. “Vertrouwen is een strategie die mensen aanwenden om met onzekerheden om te gaan”, legt ze uit.

Anno 2017 leven we in een netwerktijdperk, waarin alles en iedereen met elkaar verbonden is en technologie steeds intiemer en proactiever wordt. Het vertrouwen dat hierin een rol speelt noemt Keymolen interpersoonlijk systeemvertrouwen, waarvoor vier c’s belangrijk zijn: context, curatie, codificatie en constructie. “De meeste gebruikers baseren hun vertrouwen alleen op de eerste c, die gaat over gebruiksgemak”, zegt Keymolen.

 

Constructie, curatie, codificatie

Dat komt volgens de techniekfilosoof doordat die andere 3 c’s vaak een blackbox zijn. Constructie gaat bijvoorbeeld over de techniek achter het systeem of de applicatie, veel gebruikers hebben geen idee hoe die in elkaar zit. “Als de technologie ons steeds beter gaat begrijpen ontstaat er een disbalans.”

Curatie gaat over wie er achter een systeem of applicatie zit: is dat een overheid of een bedrijf? En behartigen die de belangen van de gebruiker eigenlijk wel? Codificatie gaat over de regels achter het systeem, over de programmering ervan, maar ook over de gebruiksvoorwaarden en de wetgeving waar het al dan niet aan voldoet.

Volgens Keymolen is de belangrijkste uitdaging om gebruikers niet alleen over die eerste c te laten nadenken, maar ook over de drie andere c’s. “Er wordt nu vertrouwen gegeven aan een systeem of applicatie op de verkeerde gronden: het ziet er mooi uit en het werkt. Dat er over die andere 3 c’s niet wordt nagedacht is niet alleen slecht voor mij als klant, maar ook voor de bedrijven en overheden. Die denken dat ze een vertrouwensmandaat hebben gekregen, maar feitelijk is dat natuurlijk niet zo.”

 

Inclusiviteit, privacy en zeggenschap

Het doel is om aan het einde van de dag ongeveer vijf gedeelde waarden te hebben. Na een zelfstandige denkronde, gaan de experts over de waarden met een buurman in gesprek. Daarna wordt de discussie in groepjes van zes voortgezet. Er wordt overal flink gedebatteerd: over de verschillen tussen self control en eigenaarschap. En over de precieze invulling van het begrip autonomie – “dat je zelf kunt bepalen wat er met je data gebeurt”.

Veel termen komen regelmatig terug: inclusiviteit, privacy, zeggenschap, transparantie. In een groepje pleit iemand voor een gezaghebbende scheidsrechter die het voor het zeggen heeft in de wereld van de data. “Maar dat hoeft niet per se één persoon te zijn”, reageert een ander. “Dat kan ook een systeem van controles zijn zoals dat er in veel andere werelden al is, kijk bijvoorbeeld naar de voedingsmiddelenindustrie of de bankenwereld. In de wereld van de data moet zo’n systeem nog groeien.”

 

Riolisering en schaamte

Als elke groep tot een set gedeelde waarden is gekomen, vangt de plenaire discussie aan. Op de muur – een groot whiteboard – staan tien cirkels getekend waarin de groepjes om en om hun op grote post-its geschreven waarden kunnen plakken. Als de waarde past bij een reeds eerder opgeplakte waarde, kan hij in dezelfde cirkel worden geplakt.

Riolisering, schaamte, non-extratief, accountable: zeer uiteenlopende termen passeren de revue. “Het concept schaamte is cruciaal voor het goed functioneren ervan”, betoogt de indiener van deze waarde. “Nullen en enen kennen dat concept niet, er wordt wel gezegd dat daar de bankencrisis uit voortkwam.”

 

Vuist in de lucht

Een groep heeft zelfs een gebaar bedacht bij een waarde: een vuist in de lucht, die staat voor zelfcontrole, baas over eigen data. Al na drie groepjes zijn alle cirkels gevuld. Eén van de deelnemers krijgt de lachers op zijn hand als hij zonder dat de gespreksleider van dienst het doorheeft een extra cirkel op het bord tekent.

Als alle post-its op het bord hangen, wordt er nog wat herschikt: de morele plicht om te handelen, past bij schaamte. En de waarde onvoorspelbaar hangt eerst alleen in een cirkel. “Wat bedoel je er precies mee”, wordt gevraagd. “We zitten nu op onze sociale media in een soort zelfversterkende echoput, ieder in zijn eigen kring. En we willen niet dat een digitale stad zich ook zo gaat gedragen, het moet wel een beetje messy blijven.” “Dat bedoelden wij ook met zelfbeschikking”, klinkt er als reactie.

 

Veiligheid

Na de herschikking blijven er 7 gevulde cirkels over, waarvan de gemene deler erboven wordt geschreven. En hoewel ook dat weer voer voor discussie blijkt, komt de groep uiteindelijk tot zeven gedeelde waarden*: zelfbeschikking, commons, rekenschap afleggen, menselijk, maatschappelijke legitimiteit en transparantie. Deze waarden zullen het uitgangspunt vormen van de volgende twee sessies over Designing responsible digital cities.

“Ik vind het interessant dat veiligheid in onze discussie steeds naar voren kwam, maar dat we ‘m uiteindelijk niet als waarde terugzien”, brengt iemand nog in. “Maar goed ook”, reageert een ander. “Hij is zo vanzelfsprekend.” En weer een ander: “is het niet dat zo dat er als de waarden die we nu hebben goed geregeld zijn, we automatisch ook veiligheid hebben?”

Als moderator Willem Koeman tot slot vraagt wie er in de dagelijkse praktijk al bezig is met (sommige van) deze waarden, gaan er vele handen de lucht in. Er worden platformen ontwikkeld waarvan de gebruikers zeggenschap krijgen over hun data en waarin democracy by design het uitgangspunt is. En er is bijvoorbeeld een project waarin wordt onderzocht wat blockchain voor de publieke zaak kan betekenen. In de volgende sessie zal er verder op dit soort voorbeelden worden ingegaan. Nu eerst een borrel.

De tweede bijeenkomst was op donderdag 18 mei. 

* Tijdens de discussie formuleert elke aanwezige zijn of haar waarden waaraan een digitale stad moet voldoen. Tot slot zijn deze waarden samengevoegd tot onderstaande zeven gemeenschappelijke waarden (in het rood):

  • Commons > “riolisering” van het internet (de slimme stad als nutsvoorziening), volhoudbaar/toekomstbestendig, non-extractief (de bereidheid om data te delen met de stad).
  • Rekenschap afleggen > schaamte, accountable, morele plicht om te handelen.
  • Inclusiviteit > inclusiviteit (voorkomen digitale tweedeling), actief inclusief, inclusief.
  • Transparantie > transparantie (basis van alles is kennis), open/transparant, transparantie.
  • Menselijk > private space, humaan, herkansing (recht op reset), onvoorspelbaar (serendipiteit).
  • Maatschappelijke legitimiteit > veilig (wetten), democratische controle, beheersen en toezicht technologie is maatschappelijke taak (social license to operate), controle op omgeving.
  • Zelfbeschikking (soevereiniteit) > zelfcontrole over je data (eigenaarschap), zelfbeschikking, baas over eigen data, persoonlijke autonomie.

 

Tekst: Mirjam Streefkerk

Help ons verbeteren

Heb je 5 minuten voor een paar vragen over onze website?