Hoogwaardige verwerking van voedselresten

De agro-foodindustrie produceert 55% van de totale hoeveelheid bedrijfsafval in Nederland. Op dit moment wordt 80 tot 90% hiervan vergist, gecomposteerd of verwerkt tot veevoer. De rest wordt in het land geploegd of verbrand. Een deel van deze afvalstroom zou veel hoogwaardiger hergebruikt kunnen worden. De Board ondersteunt partijen bij het uitwerken van hun businesscase en bedrijfsmodel voor het hoogwaardiger verwerken van reststromen.

In de provincie Noord-Holland wordt ieder jaar naar schatting zo’n 1,1 miljoen ton aan agro-food afval geproduceerd. De tien afvalstromen die kansrijk zijn voor een veel hoogwaardiger verwerking zie je in de figuur hieronder. In een onderzoek door de Provincie Noord-Holland en de TUDelft naar dit soort reststromen hebben 42 van de 66 grote voedingsmiddelenproducenten in de provincie inzage gegeven in hun reststromen, van de rest is een schatting gemaakt. In totaal gaat het om 142.000 ton per jaar. Daarbij blijkt groente- en fruitafval met 55,5 duizend ton de grootste afvalstroom vanuit deze bedrijven, gevolgd door de 43 duizend ton aan cacaodoppen. Jaarlijks is er 13 duizend ton aan vlees- en visafval, 10 duizend ton aan wei (zuivel), 6 duizend ton aan zetmeelhoudende producten, 3 duizend ton aan bleekaarde, 2 duizend ton aan vet en vetzuren en 200 ton aan suiker- en koffieresten. In een pilotproject zijn het MKB-bedrijf Exter en de Amsterdam Green Campus in eerste instantie aan de slag gegaan met de twee grootste afvalstromen: groente- en fruitresten en cacaodoppen, samen goed voor bijna 100.000 ton.

Het issue hier is dat de afvalresten na bewerking nog zeker waarde kunnen hebben voor menselijke consumptie, en het dus jammer is om ze te verwerken tot diervoer of te vergisten. De volumes van individuele producten zijn echter te klein om die bewerking rendabel te kunnen doen. Daarom is er een samenwerking opgestart tussen producenten en verwerkers van voedselafval: bij grotere hoeveelheden is bewerking rendabel en kunnen we dus deze stroom hoogwaardiger benutten.


Bron: WUR, via Referentie:  Ir. J.-H. Welink (TUD), 2015: Meer waarde uit de reststromen.

Van afval tot nuttige ingrediënten voor soepen en desserts

Beide afvalstromen kunnen worden verwerkt tot geheel natuurlijke ingrediënten voor de levensmiddelenindustrie die kunnen worden gebruikt in onder andere soepen, kant-en-klaarmaaltijden, desserts en bakkerijproducten. Uit de stroom groente- en fruitresten kan ongeveer 10% droge stof worden gewonnen, dat is ongeveer 5,5 duizend ton, want groente- en fruit bestaat voor ca. 90% uit water. Uit de cacaodoppenstroom kan veel meer droge stof worden gewonnen, namelijk een kleine 40 duizend ton. Dit betekent dat cacao doppen bijna volledig kunnen worden omgezet tot poeder, omdat deze al uit veel meer droge stof bestaan dan de meeste andere groente- en fruitresten. De droge stof ofwel poeders kunnen als natuurlijke ingrediënten gebruikt worden in voedingsmiddelen, iets waar veel vraag naar is in de levensmiddelenindustrie.

Een voorbeeld van zo’n ingrediënt komt uit ananas. Van de ananas die ingeblikt wordt, worden de kernen nu weggegooid, zodat de ananasschijven een gat hebben. Die kernen kunnen echter heel goed verwerkt worden tot een natuurlijk poeder, dat gebruikt kan worden in desserts. Ook levert het een enzym dat vlees mals maakt, iets waar nu kunstmatige toevoegingen voor gebruikt worden.

Doel is om uiteindelijk tot een verwerkingsfabriek te komen die de volledige 142 duizend ton aan afvalstromen kan verwerken en zo’n 40 a 50 duizend ton hoogwaardiger ingrediënten voor de levensmiddelenindustrieals output zal hebben. Wat overblijft is grotendeels water.

Zo’n fabriek vraagt om een investering van €25 miljoen en zal ongeveer 25 banen opleveren. Bovendien kan deze fabriek een gunstige invloed hebben op het vestigingsklimaat: het is voor voedselproducenten aantrekkelijk om zich in de buurt van de fabriek te vestigen, zodat ze hun afval gemakkelijker kunnen laten verwerken met lagere transportkosten.

De eerste fase in het traject is echter een proeffabriek, met een testlijn voor de verwerking van de twee grootste stromen. Zo’n proeffabriek kost ca. €800.000 en kan 30 duizend ton aan reststroom verwerken en ongeveer 3 duizend ton hoogwaardige ingrediënten produceren.

Circulaire keten, een slimme samenwerking

Naast TU Delft, Exter en Amsterdam Green Campus zijn er nu 12 producenten van reststromen betrokken bij de samenwerking. Er is nog ruimte voor zo’n 3 of 4 partners. Er zijn al afzetmarkten voor de poeders gevonden, Exter en Amsterdam Green Campus zijn namelijk met de poeders in de proeffase naar een aantal potentiële klanten geweest. Zij willen deze poeders gebruiken, op voorwaarde dat men kan garanderen dat er sprake zal zijn van consistente levering tegen bepaalde specificaties. En uiteraard de prijs; deze moet concurrerend zijn met de markt die er al is voor de poeders.

Coöperatieve innovatie

Het idee is dat de regionale voedselproducenten onderdeel worden van een coöperatieve verwaardingsfabriek . Daarbij leveren ze hun afvalstromen in tegen dezelfde voorwaarden als nu op de markt: om sommige afvalstromen af te voeren moet betaald worden, voor andere, zoals cacoadoppen, is er een zekere verbrandingswaarde, en daarvoor wordt juist door de afvalverwerker een vergoeding betaald. Tegen dezelfde voorwaarden neemt de coöperatie de reststromen aan en verwerkt deze hoogwaardiger dan de huidige afvalverwerker. Alles tezamen komt de balans van betalen en vergoeding krijgen precies uit op nul, voor dit model. Alle deelnemers van de coöperatie delen mee in de winst.

Het gaat hier om een uniek initiatief waarbij van alle partijen vanuit overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen volledige  ondersteuning en medewerking wordt verwacht om deze coöperatieve innovatie tot stand te brengen.

Businessplan: begin 2019 van start

Het businessplan is opgesteld, de helft van de financiering is inmiddels rond. Ondernemer Ad van Vugt van Exter hoopt de totale financiering hiervoor eind 2018 rond te hebben, er loopt hiervoor ook een aanvraag bij de Provincie Noord-Holland. Als alles goed gaat kan begin 2019 gestart worden met de bouw van de proeffabriek. Voor het onderzoek en de uiteindelijke fabriek wordt samengewerkt met diverse onderzoeksinstituten en onderwijsinstellingen, van MBO- tot WO-niveau, binnen Amsterdam Green Campus.

Toekomst

Als de pilot slaagt, kan gekeken worden naar opschaling in de Metropoolregio Amsterdam met een volwaardige fabriek, en het verwerken van reststromen vanuit de Greenports en de Seed Valley, van naast Noord-Holland ook Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht. De omzet van de uiteindelijke (grote) fabriek zal in 2024 €17 miljoen kunnen zijn. De winstmarge ligt rond de 27%, dat betekent dus dat de netto winst in 2024 €5,5 miljoen zal kunnen bedragen.

Rol van de Board

De Amsterdam Economic Board staat aan de wieg van deze ontwikkelingen door gedegen marktverkenning en introducties tussen betrokken partijen in het kader van het grondstoffen uitvoeringsprogramma van de Board. Dit is het samenwerkingsprogramma waar afvalstromen op schaal van de Metropoolregio Amsterdam gebundeld en opgewaardeerd worden tot nieuwe grondstofstromen.

Lees meer

Bron: TUD, via Referentie:  Ir. J.-H. Welink (TUD), 2015: Meer waarde uit de reststromen.

Dit is deel 2 uit een reeks aan artikelen over het grondstoffentransitieprogramma in de Metropoolregio Amsterdam.

Bekijk hier artikel 1: Half miljoen dataservers jaarlijks afgedankt in Nederland

#slimgroengezond

Dit draagt bij aan de Metropoolregio Amsterdam als dé circulaire hub voor producten en diensten.

Help ons verbeteren

Heb je 5 minuten voor een paar vragen over onze website?